PostNL uitgifte: Beleef de natuur – boerenlandvogels

PostNL uitgifte: Beleef de natuur – boerenlandvogels

Kijk hier voor informatie over de wijze van opname in de Importa Supplementen 2020.

 

Uitgifte: Beleef de natuur – boerenlandvogels

Uitgiftedatum: 24 februari 2020

Verschijningsvorm: vel van 10 postzegels in 10 verschillende ontwerpen

Artikelnummer: 400261

Ontwerp: Frank Janse, Gouda

Op 24 februari 2020 geeft PostNL Beleef de natuur – boerenlandvogels uit, een vel met 10 postzegels in 10 verschillende ontwerpen. Op de postzegels staat de waardeaanduiding 1 voor post tot en met 20 gram met een bestemming binnen Nederland. Dit postzegelvel maakt deel uit van de serie Beleef de natuur, waarvan de 1e in 2018 en de 2e in 2019 verscheen. Voor de 3e serie geeft PostNL in 2020 opnieuw 4 postzegelvellen uit met in totaal 40 postzegels. Op de postzegels komen vogelsoorten voor die het bijzonder moeilijk hebben. Verreweg de meeste staan op de Rode Lijst van broedvogels in Nederland of op de Rode Lijst van doortrekkers/overwinteraars in Nederland. Alle foto’s op de postzegels zijn afkomstig van Buiten-Beeld, de Nederlandse beeldbank voor natuurfotografie.

 

Beleef de natuur – boerenlandvogels is het 2e postzegelvel uit deze 3e serie. Eerder dit jaar (2 januari) verscheen al het 1e vel met postzegels over roofvogels en uilen. Later dit jaar volgen nog postzegels over kustvogels (15 juni) en bos- en heidevogels (14 september). In de losse verkoop kost een postzegelvel Beleef de natuur € 9,10. De prijs voor de volledige serie 2020 is € 36,40, inclusief bewaarmap.

 

Nederland telt zo’n 70 soorten vogels die kenmerkend zijn voor het boerenland. Het zijn vogels van weiden, akkers, kleinschalige cultuurlandschappen en boerenerven. Deze vogels hebben het niet gemakkelijk. In een halve eeuw tijd is het totale aantal boerenlandvogels met zo’n 60 procent afgenomen. Een karakteristieke soort als de veldleeuwerik nam met meer dan 90 procent in aantal af. De ortolaan is als broedvogel zelfs geheel uit ons land verdwenen. Dat heeft veel te maken met de wijze van landbouw, die sterk is geïndustrialiseerd en gerationaliseerd. Maar ook door stads- en dorpsuitbreidingen en aanleg van infrastructuur zijn waardevolle landbouwgebieden verloren gegaan. De landbouw heeft lange tijd het spoor gevolgd van schaalvergroting, vergaande mechanisatie en steeds efficiëntere productiemethodes. Dit ging ten koste van belangrijke natuurwaarden. Bloem- en kruidenrijke hooilanden maakten plaats voor hoogproductief gras, dat bovendien steeds vroeger werd gemaaid. Te vroeg vaak voor weidevogels, die geen tijd meer hebben hun nest met jongen groot te brengen. Het waterpeil wordt laag gehouden, met nadelige gevolgen voor het bodemleven en vogels als grutto en watersnip. Die zijn sterk afhankelijk van vochtige, voedselrijke bodems. Het landschap veranderde ook doordat ruige overhoekjes, waardevolle heggen en singels en bloemrijke slootkanten verdwijnen. Daarnaast heeft het gebruik van insecticiden en pesticiden grote invloed op de natuurlijke rijkdom van het platteland. Geen wonder dat de boerenlandvogels sterk onder druk zijn komen te staan. Gelukkig dringt dat besef steeds meer door en zijn er veel boeren die zich inspannen om hun bedrijfsvoering weer in harmonie te brengen met de natuur. Bijvoorbeeld door plas-drassituaties te creëren en stukken land te reserveren voor bloem- en kruidenrijke vegetaties. Daar wemelt het van de insecten, die jonge weidevogels hard nodig hebben om op te groeien. Bovendien vinden ze er dekking. Ook op het akkerland vindt hier en daar herstel van belangrijke natuurwaarden plaats, met brede bloem- en kruidrijke akkerranden bijvoorbeeld. Daar vinden tal van boerenlandvogels insecten en zaden, beschutting voor het nest en dekking voor gevaar. Verder zijn er in het kleinschalig cultuurland tal van initiatieven voor herstel van heggen en hagen.

 

Op de postzegels zijn (van links naar rechts) de volgende boerenlandvogels afgebeeld: gele kwikstaart, slobeend, grutto, wulp, zomertortel, patrijs, kievit, steenuil, tureluur, veldleeuwerik. In een aparte grafische laag op het postzegelvel zijn transparante afbeeldingen van 8 van de 10 vogels verwerkt, namelijk van de steenuil, wulp, grutto, kievit, tureluur, veldleeuwerik, kwikstaart en tortel.

 

De meeste vogels op de postzegels komen voor op de Rode Lijst van broedvogels of doortrekkers/overwinteraars in Nederland. Op de Rode Lijst van broedvogels staan 87 vogelsoorten, ofwel 44 procent van alle soorten die in ons land broeden. Het aantal vogelsoorten in de gevarenzone nam ten opzichte van de vorige lijst uit 2004 met 9 toe. 10 soorten zijn ernstig bedreigd, zoals de velduil en de woudaap.

 

Het postzegelvel Beleef de natuur – boerenlandvogels is een ontwerp van grafisch ontwerper Frank Janse uit Gouda. Op het vel kregen de 10 geportretteerde vogels ieder hun eigen postzegel, in hun natuurlijke omgeving. In sommige gevallen loopt de afbeelding of de achtergrondkleur door op de aangrenzende postzegel en op de velrand.

 

De foto’s zijn gevat in een grafische laag van elkaar overlappende cirkels van verschillend formaat, die de grenzen van de perforaties doorbreken. Het cirkelpatroon keert terug als kleine druppeltjes op de velrand en de tabs. Over de cirkels heen ligt een 2e grafische laag. Deze is opgebouwd uit transparante beelden van boerenlandvogels. De beelden zijn in monochrome tinten bijna abstract weergegeven.

 

Voor de typografie gebruikte Janse een eigen lettertype dat hij speciaal voor de serie Beleef de natuur ontwierp. De letter, opgebouwd uit minieme cirkeltjes, kreeg de naam Fdot. De toelichtende teksten op de velrand zijn gezet in de TT Milks Light en Demibold in kapitalen (2017, Ivan Gladkikh voor Typetype). In de teksten verwoordt de ontwerper creatief en met humor zijn associaties met de namen, eigenschappen en verschijningsvorm van de afgebeelde vogels.

 

Het ontwerp van Beleef de natuur – boerenlandvogels is van de hand van grafisch ontwerper Frank Janse uit Gouda. Hij borduurde voort op het concept dat hij ontwikkelde voor de series Beleef de natuur uit 2018 en 2019. In zijn ontwerp staat het associatieve, zintuiglijke en soms mysterieuze van de natuurbeleving centraal.

 

Kwetsbaar of bedreigd

De nieuwe serie Beleef de natuur is volledig gewijd aan vogels die in ons land voorkomen. Uitgangspunt bij de selectie voor de 4 postzegelvellen waren de vogelsoorten die kwetsbaar zijn of bedreigd. “Daarmee heeft deze uitgifte weer een nieuwe, inhoudelijke verdieping gekregen”, zegt Janse. “PostNL steunt zo ook de inspanningen van Vogelbescherming Nederland om alle wilde vogels en hun leefgebieden zo goed mogelijk te beschermen.”

Fascinerend

Het onderwerp van Beleef de natuur sluit nauw aan bij wat natuurliefhebber Janse belangrijk vindt. “Zo lang ik mij kan herinneren heb ik een grote belangstelling voor de natuur. Het is ronduit fascinerend wat daar allemaal gebeurt. Het is een wereld op zich, met heel veel lagen. In de grond, op de bodem, in het water. En in de lucht, zoals bij deze boerenlandvogels. Mijn interesse heeft van alles te maken met het ongrijpbare van de natuur.”

 

Vogelgidsje

Janse trok als kind al met een vogelgidsje van de ANWB erop uit. “Zo’n boekje met vogelfoto’s, silhouetten en een omschrijving van de roep. En dan maar proberen vogels te spotten. Dat was in Zeeland waar ik opgroeide niet zo eenvoudig. De bodem was nog zilt doordat grote stukken land in 1944-1945 onder water waren gezet. Daardoor vlogen er maar weinig vogels rond.”

 

Boeiend

De afgebeelde boerenlandvogels voelen zich thuis in het Nederlandse cultuurlandschap. Sommige houden zich op in de buurt van boerderijen, andere hebben grote akkers nodig of een waterrijke omgeving. “Van alles wat dus”, aldus Janse. “Maar deze boerenlandvogels hebben gemeen dat ze sterk onder druk staan door de verstedelijking en door de intensivering van de landbouw. Vrijwel alle vogels op dit postzegelvel heb ik in mijn jeugd in mijn boekje kunnen afvinken. Er zijn prachtige exemplaren bij. Bijvoorbeeld de veldleeuwerik. Ik kan het gevoel nog oproepen toen ik de eerste in de lucht zag klimmen, al fluitend fladderend tot op enorme hoogte. Een erg mooi gezicht, met een erg mooi geluid. Heel wat anders dan bijvoorbeeld de schuwe patrijs. Die zie je eigenlijk alleen als moederpatrijs plotseling uit het struikgewas wegschiet met een lange sliert kleintjes erachteraan.”

 

Meest bedreigde soorten
Bij de selectie van boerenlandvogels voor de postzegels zijn in overleg met Vogelbescherming Nederland de meest bedreigde of kwetsbare soorten gekozen. “Bij het beeldmateriaal is opnieuw gebruikgemaakt van de enorme beeldbank van Buiten-Beeld”, zegt Janse. “Van de geselecteerde vogels vliegen er relatief weinig exemplaren in ons land rond. Toch was er ruim voldoende fotomateriaal om uit te kiezen. Een van de belangrijkste criteria bij de keuze van de beelden was variatie van de positie waarin de vogels zijn gefotografeerd. Zittend, vliegend, baltsend, op het water, met close-ups en beelden van veraf. Ik heb gezocht naar foto’s waarop de vogels zo tastbaar en voelbaar mogelijk zijn weergegeven. Dat was niet altijd even gemakkelijk: de vogelvorm met langgerekte vleugels en uitstekende klauwen is niet eenvoudig op een postzegel in te passen. Ook zien vogels er in vlucht heel anders uit dan op de grond.”

 

Open terrein

De kleinste uilensoort van ons land, de steenuil, staat groots afgebeeld. Janse gunde dit uiltje met zijn indringende ogen een centrale positie op het postzegelvel. “De steenuil draagt het ontwerp. Het is een typische boerderijvogel die we er graag in wilden hebben. De gele kwikstaart is een van mijn andere favorieten. Dit is natuurlijk een vogeltje met een erg mooi uiterlijk. Daarom worden er erg veel foto’s van gemaakt. De gele kwikstaart valt gemakkelijk te herkennen. Zowel aan zijn fraai gekleurde veren als aan dat zenuwachtig wippende staartje, waaraan hij zijn naam dankt. Het aanbod foto’s van boerenlandvogels is groot omdat je de meeste in open terrein aantreft. Dat is wat gemakkelijker te fotograferen dan bijvoorbeeld in een bos. De zomertortel is de spreekwoordelijke uitzondering. Deze vogel kun je niet gemakkelijk spotten. Het echte buitenbeentje op het postzegelvel is de slobeend. Ook in het ontwerp, want door zijn horizontale ligging op het water wijkt hij af van de andere vogels. Eigenlijk doorbreekt dat de compositie, maar ik vind het wel een mooie breuk. Door de kleur oranje ontstaat weer aansluiting met bijvoorbeeld de patrijs, de grutto en de tureluur.”

 

Op zoek naar balans

Van de 10 boerenlandvogels op de postzegels zijn alleen de 2 baltsende grutto’s en de veldleeuwerik in de lucht te zien. De andere vogels zijn staand, zittend of zwemmend afgebeeld. Janse: “Dat heeft ermee te maken dat boerenlandvogels over het algemeen wat kleiner zijn en dus moeilijker te herkennen als ze vliegen. Belangrijker is dat ik een mooie balans wilde aanbrengen. Met vogels die verschillende posities innemen en naar verschillende kanten kijken. Linksboven zie je een transparante afbeelding van een steenuiltje, met de klauwen naar voren. Het zijn natuurlijk kwetsbare vogels, maar zo wilde ik laten zien dat ze ook krachtig kunnen zijn. Een ander bijzonder aspect voor mij als ontwerper is de tekening van het verenkleed. Kijk bijvoorbeeld naar de borst van de wulp, met daarboven in wit de borst van de grutto. Hun veren verkleuren van licht naar donker, dat geeft een mooi en grafisch interessant contrast.”

 

Kleuren

Janse heeft vooral gebruikgemaakt van kleuren om de postzegels met elkaar te verbinden. Ook de transparante beelden van de boerenlandvogels vervullen die rol. “Daar heb ik misschien wel de meeste tijd aan besteed. Want ik wil niet de oorspronkelijke kleuren van de foto manipuleren om de achtergronden in elkaar te laten overlopen. Uit respect voor de fotograaf en voor de natuur. Dit postzegelvel komt uit in het voorjaar, daarom heb ik naar beelden gezocht met frisse kleuren groen, geel en oranje. Dat laatste komt vooral mooi terug in de lange poten van de tureluur, in de kop van de patrijs, de buik van de slobeend en de halzen van de 2 baltsende grutto’s. Dat was ook een overweging om de titel deze keer oranje te maken.”

 

Over de ontwerper

Frank Janse (1967) studeerde in 2001 af als grafisch ontwerper aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Tot 2019 werkte hij voor verschillende reclame- en ontwerpbureaus, waaronder Room for ID’s, en voor zichzelf als Frank Grafisch Ontwerp in Gouda. Begin 2019 richtte hij samen met Leene Communicatie het nieuwe bedrijf Leene Visuele Communicatie op, voor de vormgeving van communicatiemiddelen met het accent op content en information design. Frank Janse is specialist in huisstijlen, branding, infographics en communicatiecampagnes. Leene Visuele Communicatie werkt onder meer voor uiteenlopende onderwijsinstellingen en voor opdrachtgevers in profit en non-profit. Daartoe behoren klanten zoals PostNL, vastgoedspecialist Fortierra, de gemeente Rotterdam, Nuon/Vattenfall, Lagerwey Wind en de Rijksoverheid. In opdracht van PostNL ontwierp Frank Janse eerder verschillende luxe bewaarsystemen en persoonlijke postzegels, waaronder de themacollectie 2017 over vogelsoorten die in Nederland voorkomen. Ook maakte hij de ontwerpen voor de 1e 2 series Beleef de natuur in 2018 en 2019.

 

De postzegels zijn, zolang de voorraad strekt, verkrijgbaar bij alle verkooppunten van PostNL, het postkantoor in de Bruna-winkels en via www.postnl.nl/bijzondere-postzegels. De postzegels zijn ook telefonisch te bestellen bij de klantenservice van Collect Club op telefoonnummer 088 ‑ 868 99 00. De geldigheidstermijn is onbepaald.

 

Op deze postzegels staat waardeaanduiding 1, bedoeld voor post tot en met 20 gram met een bestemming binnen Nederland.

 

Postzegelformaat              30 x 40 mm

Velformaat                        170 x 122 mm

Papier                                normaal met fosforopdruk

Gomming                          zelfklevend

Druktechniek                     offset

Drukkleuren                      cyaan, magenta, geel en zwart

Oplage                              315.000 vellen

Verschijningsvorm            vel van 10 postzegels in 10 verschillende ontwerpen

Ontwerp                            Frank Janse, Gouda

Drukkerij                           Joh. Enschedé Security Print, Haarlem

Artikelnummer                 400261

 

© 2020 Koninklijke PostNL BV

Vogelbescherming Nederland

Vogelbescherming Nederland is een onafhankelijke, landelijke natuurbeschermingsorganisatie. De actieve vereniging wordt onder meer ondersteund door zo’n 140.000 leden, door bedrijven, fondsen, instellingen en door de Nationale Postcode Loterij. Vogelbescherming is opgericht in 1899 ter bescherming van alle wilde vogels en hun leefgebieden. Dit gebeurt door gerichte beschermingsprogramma’s, intensieve samenwerkingen, politieke lobby, juridische actie, duidelijke voorlichting en effectieve campagnes.

 

Gele kwikstaart

De gele kwikstaart heeft een voorliefde voor open gebieden met lage, kruidachtige vegetaties en wat ondiep water. Je ontmoet ze in waterrijke gebieden, aan de oevers van meren en rivieren, op vloedlanden, vochtige weilanden, uiterwaarden en in natte duinvalleien. Maar je ziet dit beweeglijke vogeltje tegenwoordig vooral ook op akkers en tulpenvelden. De vogel ontleent zijn naam aan het prachtige uiterlijk en aan het wippen met de staart. Deze vogels hebben een onstuimige balts. Met trillende veren fladdert het mannetje boven het vrouwtje of hij loopt steeds rondjes om haar heen. Het mannetje heeft in prachtkleed een citroengele borst en keel. De kop is prachtig blauwgrijs met een witte wenkbrauwstreep. De bovenkant is olijfgroen. Het vrouwtje is valer van kleur en mist de blauwgrijze kleuren. De spitse snavel verraadt dat de vogel insecteneter is. De gele kwikstaart heeft een kenmerkende korte roep tswie-ip die je in de vlucht kunt horen. Broedparen: 40.000-70.000. Doortrekkers: vrij groot aantal.

 

Slobeend

De slobeend heeft een snavel met een spatelvorm die het slobberen van kroos en waterdiertjes een stuk efficiënter maakt. Slobeenden leven in de laaggelegen, natte gebieden in het gematigd klimaatgebied. Mede door hun voorkeur voor plantaardig voedsel behoren ze tot de (secundaire) weidevogels. Mannetjes hebben in prachtkleed een groene kop, witte borst en kastanjebruine buik en flanken. De kledij van de vrouwtjes lijkt op die van de bekende wilde eend, maar de opmerkelijke snavel van de slobeend biedt altijd uitkomst bij twijfel. Het mannetje laat in de paartijd een snel en scherp wak-ak, wak-ak horen. Het vrouwtje heeft een dubbele kwaak die enigszins lijkt op het geluid van de wilde eend. Broedparen: 6200-7500 (2013-2015). Overwinteraars/doortrekkers: 21.000-32.000 (2009-2014)

 

Grutto

De grutto is een oer-Hollandse weidevogel. Waar het boerenbedrijf nog ruimte laat voor natuur, daar gedijt de grutto. Nergens in Europa broeden zoveel grutto’s als in Nederland, al is hun aantal de laatste decennia dramatisch gekelderd. In 2016 is de grutto door het Nederlandse publiek uitgekozen tot nationale vogel. De grutto is een grote, slanke steltloper met lange poten en een lange, rechte snavel. In vlucht vallen de brede, witte vleugelstreep en witte staartbasis (vierkant) met zwarte eindband op. De poten steken dan uit. Buik met donkere banden. Mannetje ruit in prachtkleed naar een meer steenrode kleur dan vrouwtje. In de winter bruingrijze borst en bovendelen. Meest gehoorde roep een luid en helder gruttooo, gruttooo, waarbij de 1e lettergreep in toonhoogte stijgt en de 2e weer daalt. Broedparen: 31.000-38.000 (2013-2015). Overwinteraars/doortrekkers: 27.000-38.000 (2009-2014).

 

Wulp

De lichtbruin gekleurde wulp met zijn lange poten is de grootste steltlopersoort van onze contreien. De wulp heeft ook de langste snavel, die gekromd is en omlaag buigt. In het voorjaar heeft hij een prachtige baltszang met aanzwellende fluittonen en lang aangehouden trillers. Nederland is zowel in als buiten de broedtijd een belangrijk land voor de wulp. De voedselrijke Wadden zijn vooral in trek bij massa’s wulpen van Noord- en Noordoost-Europa die er buiten hun broedseizoen verblijven. Je kunt wulpen in hun Nederlandse broeddomeinen vinden op de Waddeneilanden, in het agrarisch land en enkele veengebieden in het oostelijk deel van ons land. Wie in de sonore wulpenroep iets klagends hoort, weet dat daar alle reden voor is. Als broedvogel vergaat het hem in vrijwel heel Europa alarmerend slecht. Naast de gewone wulp kennen we ook de kleinere regenwulp. Deze laatste is broedvogel van noordelijke, toendra-achtige gebieden en komt in ons land alleen voor als doortrekker. Het vrouwtje van de wulp heeft een iets langere snavel dan het mannetje. Er is weinig verschil in kleed tussen geslachten en leeftijden. In vlucht opvallend lange vleugels; komt meeuwachtig over. Zang met lange trillers. Broedparen: 3900-4800 (2013-2015). Overwinteraars/doortrekkers: 180.000-220.000 (2009-2014).

 

Zomertortel

De zomertortel is de enige duivensoort uit Nederland die de winter in zuidelijke streken doorbrengt. Zomertortels zijn meestal erg onopvallend en schuw voor een duivensoort. Het hele jaar worden zaden gegeten, zowel oogstresten als onkruidzaden. Dit is de kleinste duif van ons land, met blauwgrijze kop en meerdere zwart-witte strepen op de hals. De bovendelen zijn roodbruin met zwarte vlekken. De zomertortel heeft een kenmerkende getrapte, ruitvormige staart met een witte eindband. De vlucht is snel en rechtlijnig. Komt in kleine groepjes voor. Sonoor en dromerig gekoer. Herbergde ons land in de jaren 70 nog 25.000 tot 35.000 broedpaartjes, met rond de 1.000 nu is de soort in buitengewoon zwaar weer. De zomertortel gedijt als zaadeter bij voedselrijke graanakkers, onkruidrijke akkerranden en kleinschalig cultuurlandschap met veel struikgewas. Als trekvogel moet hij periodes van langdurige droogte in de Sahel overleven. Ook kampt hij met boskap in West-Afrikaanse winterkwartieren. Zowel in het Middellandse Zeegebied als in West-Afrika ziet de zomertortel bovendien menig jachtgeweer op zich gericht. Broedparen: 1200-1400 (2013-2015). Doortrekkers: nauwelijks, omdat Nederland de uiterste noordwestgrens van het broedareaal vormt.

 

Patrijs

Patrijzen zijn standvogels van open agrarisch gebied, heidevelden en hoogvenen. In Nederland komt de patrijs verspreid voor. Akkerland is het meest in trek, vooral als dit wordt afgewisseld met ruige dijken, slootranden, wegbermen en houtwallen. Tot in de jaren ’70 bevolkten honderdduizenden broedpaartjes ons land. Maar de landbouw moderniseerde en het agrarisch landschap veranderde drastisch. Kruidachtige stroken, bloem- en insectenrijke hooilanden, houtwallen en ruigtes verdwenen op grote schaal. De patrijs verloor terrein en telt nog slechts zo’n 5000 broedparen. Patrijzen eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel, maar de jongen leven de eerste weken louter van insecten en ander klein gedierte. Kleed gecamoufleerd met bruine en grijze strepen, kastanjebruine strepen op de flanken en een grijze borst. Keel en gezicht zijn oranjebruin en op de buik zit een grote donkerbruine vlek. Tijdens de vlucht valt de roodachtige staart op. Man roept haast mechanisch tijdens broedtijd. Broedparen: 4500-5500 (2013-2015). Overwinteraars/doortrekkers: vrij groot aantal.

 

Kievit

De kievit is een van de meest kenmerkende vogelsoorten van ons land. Hij is onmiskenbaar met zijn kuif, zijn zwart-witte kleed en zijn unieke, opvallend brede vleugels. Zwart-witte onderzijde, opvallende kuif, brede vleugels. Op rug mooie groene en paarse metaalglans. Vrouwtje minder contrastrijk getekend en gekleurd en een kortere kuif. Heeft ook iets spitsere vleugels dan het mannetje. Buiten broedtijd lijken geslachten sterk op elkaar en heeft de kievit een lichte keel. Aan de roep kioewie, kioewie heeft hij zijn naam te danken. Ook de vleugels maken een opvallend geluid. Na de broedtijd verzamelen kieviten zich in grote groepen. Zolang het niet vriest, blijven er grote groepen op onze landerijen. Zij vertrekken bij het invallen van de vorst. Broedparen: 110.000-160.000. Overwinteraars/doortrekkers: 560.000-710.000 (2013-2015).

 

Steenuil

De steenuil is de bekendste van de kleinere uilensoorten. Hij schuwt de menselijke omgeving niet en broedt vaak op boerenerven, vooral als deze voldoende natuurlijke variatie bieden. Vanaf paaltjes of andere verhogingen zoekt de steenuil naar voedsel en vliegt daar in golvende vlucht op af. Een steenuil is nauwelijks groter dan een merel, maar oogt toch wat forser door zijn opgezette veren. Het verenkleed is overwegend bruin tot grijsbruin met witte streepjes en druppelvormige vlekken. Opvallend zijn de felgele ogen en lichte wenkbrauwen. Het achterhoofd lijkt een kopie van het voorhoofd met toegeknepen ogen. Laag fluitend, wel echt uilachtig. Verder veel andere roepen. Broedparen: 7500-8500 (2013-2015).

 

Tureluur

De tureluur dankt zijn naam aan het geluid dat de vogel maakt. Hij is altijd te herkennen aan de markante felrode poten en de brede witte achterrand van de vleugels. Mannetje en vrouwtje lijken op elkaar, maar het mannetje is iets zwaarder getekend en donkerder. De tureluur komt als broedvogel voor op natte, open weilanden. Daarnaast is het een typische broedvogel van schorren en slikken aan de kust. Buiten het broedseizoen verblijven veel tureluurs op het wad. Middelgrote steltloper met vrij lange rode poten en een rode basis van de vrij korte snavel. Jonge vogels hebben flets oranjegele poten. De opvallende, brede witte achterrand van de vleugels onderscheidt hem in vlucht van gelijkende soorten. Broedparen: 17.000-20.000 (2013-2015). Overwinteraars/doortrekkers (uit noordelijke landen, vooral uit IJsland) 34.000-56.000 (2009-2014). Midden in de winter zijn de aantallen het laagst.

 

Veldleeuwerik

De uitbundig klinkende zang van de veldleeuwerik kan op mooie dagen in het voorjaar van grote hoogte gehoord worden. De mannetjes maken spectaculaire zangvluchten. Ze klimmen al zingend tot grote hoogte – soms hoger dan 100 meter – en laten zich op enig moment weer zakken om in de buurt bij het vrouwtje te landen. Er was een tijd, dat je in Nederland over veldleeuweriken struikelde. De soort stond in de top 5 van de talrijkste broedvogels van ons land. Zo’n 30 jaar terug herbergde ons land nog tussen een half en driekwart miljoen broedpaartjes. Maar in een kwart eeuw tijd nam het aantal veldleeuweriken met meer dan 90% af, tot ongeveer 38.000 paartjes nu. Daarmee volgt de veldleeuwerik de neerwaartse spiraal van andere karakteristieke boerenlandvogels als grutto, graspieper en patrijs. De veldleeuwerik heeft een lichtbruin kleed met een gestreepte borst en bovendelen. De borst is licht geelbruin en de tekening op de borst contrasteert met de witte buik. Veldleeuweriken kunnen een korte, stompe kuif oprichten. Ze hebben een relatief korte snavel. In de vlucht vallen de smalle witte vleugelachterrand en witte staartzijden op. Kenmerkende zangvluchten tot op grote hoogte. Foerageert op de grond en drukt zich bij onraad. Geluid is zeer gevarieerd en lang aangehouden, ook met imitaties van andere vogelsoorten. Broedparen: 35.000-45.000 (2013-2015). Overwinteraars/doortrekkers: van de Nederlandse broedparen trekt een deel naar Zuidwest-Europa, een deel overwintert in eigen land. Doortrek en overwintering van vooral Scandinavische veldleeuweriken.

 

Bron vogelbeschrijvingen: vogelbescherming.nl