PostNL uitgifte: Beleef de natuur – roofvogels en uilen

PostNL uitgifte: Beleef de natuur – roofvogels en uilen

Kijk hier voor informatie over de wijze van opname in de Importa Supplementen 2020.

 

SAMENVATTING

 

 

 

 

 

 

Uitgifte: Beleef de natuur – roofvogels en uilen

Uitgiftedatum: 2 januari 2020

Verschijningsvorm: vel van 10 postzegels in 10 verschillende ontwerpen

Artikelnummer: 400161

Ontwerp: Frank Janse, Gouda

UITGIFTE

 

ONDERWERP

 

ONTWERP

 

TYPOGRAFIE

ONTWERPER

 

VERKOOP/

GELDIGHEID

Op 2 januari 2020 geeft PostNL Beleef de natuur – roofvogels en uilen uit, een vel met 10 postzegels in 10 verschillende ontwerpen. Op de postzegels staat de waardeaanduiding 1 voor post tot en met 20 gram met een bestemming binnen Nederland. Dit postzegelvel maakt deel uit van de serie Beleef de natuur, waarvan de 1e in 2018 en de 2e in 2019 verscheen. Voor de 3e serie geeft PostNL in 2020 opnieuw 4 postzegelvellen uit met in totaal 40 postzegels. Op de postzegels komen vogelsoorten voor die het bijzonder moeilijk hebben. Verreweg de meeste staan op de Rode Lijst van broedvogels in Nederland of op de Rode Lijst van doortrekkers/overwinteraars in Nederland. Alle foto’s op de postzegels zijn afkomstig van Buiten-Beeld, de Nederlandse beeldbank voor natuurfotografie.

 

Beleef de natuur – roofvogels en uilen is het 1e postzegelvel uit deze 3e serie. Later dit jaar volgen nog postzegels over boerenlandvogels (24 februari), kustvogels (15 juni) en bos- en heidevogels (14 september). In de losse verkoop kost een postzegelvel Beleef de natuur € 9,10. De prijs voor de volledige serie 2020 is € 36,40, inclusief bewaarmap.

 

Roofvogels zijn vleeseters die op prooien jagen of van kadavers leven. Ze zijn te herkennen aan hun grote kromme snavel en aan hun klauwen met scherpe nagels, met 3 tenen vooruit en 1 teen achterwaarts gericht. Uilen zijn overwegend nachtroofvogels en leven in het algemeen van kleine zoogdieren als muizen en kleine vogels. De oehoe vangt als grootste uil de grootste prooien, van vogels formaat buizerd tot zoogdieren formaat vos. Onze kleinste uil, de steenuil, vangt ook regenwormen en meikevers. Binnen de roofvogels zijn er 2 ordes, die van de Accipitriformes en de Falconiformes. Onder de laatste orde vallen alle soorten valken. Binnen de orde Accipitriformes vormen de visarenden een aparte familie (Pandionidae). Uilen behoren taxonomisch tot de orde Strigiformes. Binnen die orde onderscheiden de kerkuilen zich weer als aparte familie (Tytonidae) van de overige uilen (Strigidae). Uilen hebben een zogenaamde ‘keerteen’. Zij houden hun prooi dus vast met óf 2 tenen vooruit en 2 achterwaarts, óf met 3 tenen voorwaarts en 1 achterwaarts. Datzelfde geldt voor de visarend.

 

Op de postzegels zijn (van links naar rechts) de volgende vogels afgebeeld: visarend, wespendief, rode wouw, velduil, grauwe kiekendief, torenvalk, blauwe kiekendief, boomvalk, ransuil en zeearend. In een aparte grafische laag op het postzegelvel zijn transparante afbeeldingen van 7 van de 10 vogels verwerkt, namelijk van de ransuil, visarend, rode wouw, boomvalk, blauwe kiekendief, torenvalk en zeearend. De meeste vogels op de postzegels komen voor op de Rode Lijst van broedvogels of doortrekkers/overwinteraars in Nederland. Op de Rode Lijst van broedvogels staan 87 vogelsoorten, ofwel 44 procent van alle soorten die in ons land broeden. Het aantal vogelsoorten in de gevarenzone nam ten opzichte van de vorige lijst uit 2004 met 9 toe. 10 soorten zijn ernstig bedreigd, zoals de velduil en de woudaap.

 

Het postzegelvel Beleef de natuur – roofvogels en uilen is een ontwerp van grafisch ontwerper Frank Janse uit Gouda. Op het vel kregen de 10 geportretteerde vogels ieder hun eigen postzegel, in hun natuurlijke omgeving. In sommige gevallen loopt de afbeelding of de achtergrondkleur door op de aangrenzende postzegel en op de velrand.

 

De foto’s zijn gevat in een grafische laag van elkaar overlappende cirkels van verschillend formaat, die de grenzen van de perforaties doorbreken. Het cirkelpatroon keert terug als kleine druppeltjes op de velrand en de tabs. Over de cirkels heen ligt een 2e grafische laag. Deze is opgebouwd uit transparante beelden van roofvogels en uilen. De beelden zijn in monochrome tinten bijna abstract weergegeven.

 

Voor de typografie gebruikte Janse een eigen lettertype dat hij speciaal voor de serie Beleef de natuur ontwierp. De letter, opgebouwd uit minieme cirkeltjes, kreeg de naam Fdot. De toelichtende teksten op de velrand zijn gezet in de TT Milks Light en Demibold in kapitalen (2017, Ivan Gladkikh voor Typetype). In de teksten verwoordt de ontwerper creatief en met humor zijn associaties met de namen, eigenschappen en verschijningsvorm van de afgebeelde vogels.

 

Het ontwerp van Beleef de natuur – roofvogels en uilen is van de hand van grafisch ontwerper Frank Janse uit Gouda. Hij borduurde voort op het concept dat hij ontwikkelde voor de series Beleef de natuur uit 2018 en 2019. In zijn ontwerp staat het associatieve, zintuiglijke en soms mysterieuze van de natuurbeleving centraal.

 

Kwetsbaar of bedreigd

De nieuwe serie Beleef de natuur is volledig gewijd aan vogels die in ons land voorkomen. Uitgangspunt bij de selectie voor de 4 postzegelvellen waren de vogelsoorten die kwetsbaar zijn of bedreigd. “Daarmee heeft deze uitgifte weer een nieuwe, inhoudelijke verdieping gekregen”, zegt Janse. “PostNL steunt zo ook de inspanningen van Vogelbescherming Nederland om alle wilde vogels en hun leefgebieden zo goed mogelijk te beschermen.”

Fascinerend

Het onderwerp van Beleef de natuur sluit nauw aan bij wat natuurliefhebber Janse belangrijk vindt. “Zo lang ik mij kan herinneren heb ik een grote belangstelling voor de natuur. Het is ronduit fascinerend wat daar allemaal gebeurt. Het is een wereld op zich, met heel veel lagen. In de grond, op de bodem, in het water. En in de lucht, zoals bij deze roofvogels en uilen. Mijn interesse heeft van alles te maken met het ongrijpbare van de natuur.”

 

Vogelgidsje

Janse trok als kind al met een vogelgidsje van de ANWB erop uit. “Zo’n boekje met vogelfoto’s, silhouetten en een omschrijving van de roep. En dan maar proberen vogels te spotten. Dat was in Zeeland waar ik opgroeide niet zo eenvoudig. De bodem was nog zilt doordat grote stukken land in 1944-1945 onder water waren gezet. Daardoor vlogen er maar weinig vogels rond.”

 

Boeiend

Roofvogels zijn door hun kracht en snelheid voor veel vogelliefhebbers extra aantrekkelijk. “Het zijn de sterkste vogels die er zijn. Dat maakt het extra wrang dat ze zo ernstig worden bedreigd”, zegt Janse. “Uilen spreken vooral tot de verbeelding doordat ze ’s nachts jagen. Mysterieus en boeiend. Je hoort ze niet, maar ze zijn er wel. Ze kunnen zelfs geruisloos vliegen. Wat nodig is, want hun prooien herkennen gevaar op het gehoor.”

 

Meest bedreigde soorten
Bij de selectie van roofvogels en uilen voor de postzegels zijn in overleg met Vogelbescherming Nederland de meest bedreigde of kwetsbare soorten gekozen. “Bij het beeldmateriaal is opnieuw gebruikgemaakt van de enorme beeldbank van Buiten-Beeld”, zegt Janse. “Van de geselecteerde vogels vliegen er relatief weinig exemplaren in ons land rond. Toch was er ruim voldoende fotomateriaal om uit te kiezen. Een van de belangrijkste criteria bij de keuze van de beelden was variatie van de positie waarin de vogels zijn gefotografeerd. Zittend, rondcirkelend, grijpend, biddend, met close-ups en beelden van veraf. Ook heb ik gezocht naar foto’s waarop de vogels zo tastbaar en voelbaar mogelijk zijn weergegeven. Dat was niet altijd even gemakkelijk: de vogelvorm met langgerekte vleugels en uitstekende klauwen is niet eenvoudig op een postzegel in te passen. Ook zien vogels er in vlucht heel anders uit dan op de grond.”

 

Ogen, klauwen en een snavel

Bij de totstandkoming van het ontwerp kreeg de boomvalk als eerste zijn plekje op de postzegels. “Deze vogel heeft altijd al tot mijn verbeelding gesproken. Dat komt onder meer door zijn ontzagwekkende snelheid en het vermogen om binnen een oogwenk te zwenken. Daardoor is de boomvalk in staat ook snelle prooien in vlucht te pakken. Zelfs zwaluwen. De boomvalk plukt ook wel grote libellen uit de lucht. Deze jachtwijze wijkt af van de torenvalk, die naar prooien op de grond duikt. De boomvalk is een bijzonder mooie en indrukwekkende vogel, die vroeger ook voor de valkenjacht werd gebruikt. Zijn grote ogen lijken dwars door je heen te kijken. Want dat is toch wel het kenmerkende voor roofvogels: de priemende blik naast de kromme snavel en de scherpe klauwen. De boomvalk heb ik op de postzegel in het midden op de onderste rij gezet. Zo draagt hij het ontwerp. Want die ogen, daar kijk je toch als eerste naar.”

 

Balans in het vel

Door te kiezen voor allerlei verschillende posities zijn de vogels op het postzegelvel niet in verhouding afgebeeld. “Klopt”, zegt Janse. “De boomvalk bijvoorbeeld is een van de kleinere roofvogels, maar hier is hij het grootst weergegeven. En bij de zeearend – met een spanwijdte tot bijna 2,5 meter – is dat precies omgekeerd. Dat vind ik ook niet erg. Naast variatie heb ik mij geconcentreerd op een evenwichtige verdeling van de beelden. Zo is de visarend linksboven gespiegeld ten opzichte van de zeearend rechtsonder. En zijn de priemende ogen van de wespendief en van de velduil links en rechts boven de boomvalk zichtbaar. De foto’s van de torenvalk en de grauwe kiekendief, in die typische positie waarin ze vaak zitten, zijn ook in balans. Het is een kwestie van met heel veel foto’s oneindig veel schuiven.”

 

Kleuren

Janse heeft vooral gebruikgemaakt van kleuren om de postzegels met elkaar te verbinden. Ook de transparante beelden van de roofvogels vervullen die rol. “Daar heb ik misschien wel de meeste tijd aan besteed. Want ik wil niet de oorspronkelijke kleuren van de foto manipuleren om de achtergronden in elkaar te laten overlopen. Uit respect voor de fotograaf en voor de natuur. Vanwege het winterseizoen waarin de postzegels uitkomen, zijn vooral foto’s met grijzige kleuren en donkere tinten genomen. Killere en koudere kleuren passen ook inhoudelijk beter bij roofvogels. Bijkomend voordeel is dat de ogen zo nog scherper naar voren komen.”

 

Over de ontwerper

Frank Janse (1967) studeerde in 2001 af als grafisch ontwerper aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Tot 2019 werkte hij voor verschillende reclame- en ontwerpbureaus, waaronder Room for ID’s, en voor zichzelf als Frank Grafisch Ontwerp in Gouda. Begin 2019 richtte hij samen met Leene Communicatie het nieuwe bedrijf Leene Visuele Communicatie op, voor de vormgeving van communicatiemiddelen met het accent op content en information design. Frank Janse is specialist in huisstijlen, branding, infographics en communicatiecampagnes. Leene Visuele Communicatie werkt onder meer voor uiteenlopende onderwijsinstellingen en voor opdrachtgevers in profit en non-profit. Daartoe behoren klanten zoals PostNL, vastgoedspecialist Fortierra, de gemeente Rotterdam, Nuon/Vattenfall, Lagerwey Wind en de Rijksoverheid. In opdracht van PostNL ontwierp Frank Janse eerder verschillende luxe bewaarsystemen en persoonlijke postzegels, waaronder de themacollectie 2017 over vogelsoorten die in Nederland voorkomen. Ook maakte hij de ontwerpen voor de 1e 2 series Beleef de natuur in 2018 en 2019.

 

De postzegels zijn, zolang de voorraad strekt, verkrijgbaar bij alle verkooppunten van PostNL, het postkantoor in de Bruna-winkels en via www.postnl.nl/bijzondere-postzegels. De postzegels zijn ook telefonisch te bestellen bij de klantenservice van Collect Club op telefoonnummer 088 ‑ 868 99 00. De geldigheidstermijn is onbepaald.

 

WAARDE

 

Op deze postzegels staat waardeaanduiding 1, bedoeld voor post tot en met 20 gram met een bestemming binnen Nederland.

 

TECHNISCHE

GEGEVENS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

COPYRIGHT

 

MEER INFORMATIE

Postzegelformaat        30 x 40 mm

Velformaat     170 x 122 mm

Papier  normaal met fosforopdruk

Gomming        zelfklevend

Druktechniek  offset

Drukkleuren    cyaan, magenta, geel en zwart

Oplage 315.000 vellen

Verschijningsvorm      vel van 10 postzegels in 10 verschillende ontwerpen

Ontwerp         Frank Janse, Gouda

Drukkerij        Joh. Enschedé Security Print, Haarlem

Artikelnummer           400161

 

© 2020 Koninklijke PostNL BV


Vogelbescherming Nederland

Vogelbescherming Nederland is een onafhankelijke, landelijke natuurbeschermingsorganisatie. De actieve vereniging wordt onder meer ondersteund door zo’n 140.000 leden, door bedrijven, fondsen, instellingen en door de Nationale Postcode Loterij. Vogelbescherming is opgericht in 1899 ter bescherming van alle wilde vogels en hun leefgebieden. Dit gebeurt door gerichte beschermingsprogramma’s, intensieve samenwerkingen, politieke lobby, juridische actie, duidelijke voorlichting en effectieve campagnes.

 

Roofvogels in Nederland

In Nederland komen de volgende 14 soorten roofvogels als broedvogel voor: havik, sperwer, bruine kiekendief, blauwe kiekendief, grauwe kiekendief, torenvalk, slechtvalk, boomvalk, wespendief, buizerd, rode wouw, zwarte wouw, visarend en zeearend. Kantekening hierbij is dat de zwarte en rode wouw ‘grensgevallen’ zijn. De rode wouw lijkt zich al jaren definitief in ons land te vestigen, maar de aantallen broedparen schommelen de laatste decennia van 0 tot enkele. Recent lijkt er enige opleving met sinds 2010 jaarlijkse broedgevallen en in 2017 maar liefst 9 geslaagde broedgevallen. De zwarte wouw broedt vanaf 2009 vrijwel jaarlijks in ons land met 1 tot 3 broedparen. De zeearend broedt sinds 2006 weer in ons land. In 2018 waren er 14 paren, waarvan er 11 tot broeden kwamen. Daarvan hadden er 9 een succesvol broedsel. De visarend, die wij vooral kennen als doortrekker, broedde in 2016 voor het eerst in ons land. In 2017 waren er 2 broedparen, beide in Nationaal Park De Biesbosch. Speciale vermelding verdient een 1e, succesvol broedgeval van de steppekiekendief in ons land in 2017, gevolgd door een tweede succesvol broedsel van deze soort in 2019. Het is afwachten of deze soort zich als 15e roofvogel definitief in ons land zal vestigen of dat het bij een incidenteel broedgeval blijft. Naast deze 14 soorten broedvogels zijn smelleken en ruigpootbuizerd in ons land bekend als doortrekker en/of wintergast. Ook de roodpootvalk wordt in ons land wel als doortrekker waargenomen, meestal in zeer klein aantal. Tot slot overzomeren er regelmatig enkele slangenarenden in ons land. Het zou zomaar kunnen dat deze soort ook een keer tot broeden komt. Nederland kent de volgende 6 soorten uilen als broedvogel: kerkuil, bosuil, steenuil, ransuil, velduil en oehoe. Incidenteel is er wel een broedgeval vastgesteld van de ruigpootuil, maar van een definitieve vestiging lijkt vooralsnog geen sprake. Soms verschijnen er andere uilensoorten in ons land, maar dat betreft dan dwaalgasten (sperweruil en sneeuwuil bijvoorbeeld). Vanuit noordelijke broedpopulaties of vanuit Duitsland komt incidenteel ook de dwerguil naar ons land als uiterst zeldzame en veelal tijdelijke gast.

 

Visarend
De visarend (Pandion haliaetus), uniek omdat hij uitsluitend vis eet, is niet verwant aan andere roofvogelsoorten en vormt een aparte familie. Lange tijd was hij alleen doortrekker, maar ze blijven in de broedtijd steeds vaker in Nederland hangen. Het 1e broedgeval van de visarend in Nederland deed zich in 2016 voor in De Biesbosch. Te herkennen aan: lange, geknikte vleugels, witte onderzijde met opvallende zwarte polsvlekken, brede zwarte streep over witte kop, verbonden met donkere rug, lange afhangende kopveren, lange, krachtige poten. Overwintert in tropisch Afrika. Broedparen: 2 (2016). Overwinteraars/doortrekkers: 88-100 (2009-2014).

Wespendief

De wespendief (Pernis apivorus) onderscheidt zich door zijn uitgesproken voedselvoorkeur: larven, poppen, volwassen wespen en honing. Graaft grondnesten van wespen uit. Stijve schubachtige kopveren en dikke huid op poten als bescherming tegen de wespen. Te herkennen aan: variabel van tekening en kleur, buizerdachtig, maar met langere staart met scherpere hoeken, smalle, uitstekende kop, langere handvleugel, vliegt met soepele vleugelslagen, staart met 3 dwarsbanden. Overwintert in tropisch Afrika. Broedparen: 360-440 (2013-2015). Doortrekkers: klein aantal.

Rode wouw

De rode wouw (Milvus milvus) komt als broedvogel bijna alleen in Europa voor. Door intensieve vervolging was hij sterk afgenomen. Maar dankzij beschermingsmaatregelen komt de soort in ons deel van Europa weer voor, zij het nergens talrijk. Het voedsel bestaat vooral uit aas en prooien tot de grootte van een konijn. Te herkennen aan: slanke, sierlijke vorm, lange, geknikte vleugels, lange, diep gevorkte staart, vleugels opvallend geknikt, staart vaak gekanteld, oranjebruin lichaam met lichte kop, grote lichte vleugelvelden, staart oranjebruin. De meeste rode wouwen trekken in het najaar zuidwaarts richting Middellandse Zee. Broedparen: 12 (2017), waarvan 9 succesvol. Overwinteraars/doortrekkers: uiterst klein aantal.

 

Velduil

De velduil (Asio flammeus) is een vogel van open terrein, met een voorkeur voor moerassige gebieden en venen. De soort is ook overdag actief. Jaagt laag boven de grond. Velduilen zijn zwervers en leggen soms enorme afstanden af. Als broedvogel zeldzaam geworden. ’s Winters soms kleine invasies van velduilen uit Noord- en Noordoost-Europa. Te herkennen aan: verenkleed overwegend licht geelbruin, bovenzijde met een grof patroon van donkerbruine vlekken, onderzijde witachtig geel met donkere vlekken, poten en tenen zijn bevederd.

Broedparen: 20-25 (2016). Overwinteraars/doortrekkers: zeer klein aantal. In muizenrijke jaren soms kleine invasies.

 

Grauwe kiekendief

De grauwe kiekendief (Circus pygargus) is de kleinste en slankste van de 3 in Nederland voorkomende kiekendieven. Verblijft tussen april-mei en augustus-september in ons land. Zeldzame broedvogel van akkers, vooral in Groningen. Vroeger ook in duinen, hoogveen, heide en moerassen. Te herkennen aan: slanke vogel, veerkrachtige vlucht, bijna sternachtig, 4 zichtbare ‘vingers’ aan de vleugelpunten, donkergrijs op bovenzijde met zwarte vleugelpunten, zwarte band op bovenvleugel en bandering op ondervleugel, geen witte stuit. Overwintert in West-Afrika ten zuiden van de Sahara. Broedparen: 48 (2018), waarvan 30 succesvol. Doortrekkers: zeer klein aantal.

 

Torenvalk

De torenvalk (Falco tinnunculus) is vooral bekend door het bidden in de lucht. Was lange tijd de talrijkste roofvogel, maar dat is nu de buizerd. Een uitgesproken veldmuisjager, die graag in nestkasten broedt in open land. Pakt uitsluitend prooien van de grond. Te herkennen aan: lange staart, kenmerkende roodbruine rug in alle kleden, man met grijze kop en grijze staart met zwarte eindband, vrouw met geheel roodbruine bovenzijde, inclusief sterk gebandeerde staart. Broedparen: 3000-6000 (2013-2015). Overwinteraars/doortrekkers: zeer klein aantal.

 

Blauwe kiekendief

Blauwe kiekendieven (Circus cyaneus) leven in open, vochtige gebieden: duinen, moerassen, akkers en graslanden. Opvallend is de witte stuit die in vlucht een duidelijk onderscheid met de bruine kiekendief vormt. Op het menu staan kleine zoogdieren en konijnen. Te herkennen aan: opvallend licht van kleur, met zwarte vleugelpunten, veel minder slank dan grauwe kiekendief, daarvan ook te onderscheiden door de genoemde witte stuit en het ontbreken van zwarte vleugelstrepen. Broedparen: 10-13 (2016). Overwinteraars/doortrekkers: klein aantal.

 

Boomvalk

Boomvalken (Falco subbuteo) zijn gespecialiseerd in het vangen van vliegende prooidieren. Jaagt in open land op vogels van open veld en op libellen. Is snel en is zelfs in staat om zwaluwen en gierzwaluwen te slaan. Zomervogel, trekt weg in augustus-september, keert terug in april-mei. Te herkennen aan: lange, spitse vleugels, korte staart en bij volwassen vogels een rode broek, blauwgrijze bovenzijde, opvallend witte wangen, contrasterend met zwarte kopkap. Overwintert in het zuidelijke deel van Afrika. Broedparen: 450-700 (2013-2015). Overwinteraars/doortrekkers: klein aantal.

 

Ransuil

De ransuil (Asio otus) jaagt bij voorkeur in het open veld, langs wegbermen en op plekken met kaalslag in bos. Broedt en roest bij voorkeur in naaldbomen, die hem de beste dekking bieden, veelal in oude nesten van eksters of kraaien. ’s Winters verzamelen ransuilen zich in groepen bij gunstige voedselgebieden, waarbij Nederlandse ransuilen gezelschap krijgen van ransuilen uit het noorden. Te herkennen aan: bovenzijde van het verenkleed geelbruin en gemarmerd, onderzijde is licht roestgeel met donkere lengtestrepen, de poten zijn bevederd, opvallend zijn de lange, vaak omhoog gerichte oorpluimen en de oranjegele ogen. Broedparen: 2200-3000 (2013-2015). Overwinteraars/doortrekkers: klein aantal.

 

Zeearend

De zeearend (Haliaeetus albicilla) leeft van vis, watervogels en ook van aas, vooral als er ijs ligt. Lange tijd een zeldzame wintergast, maar is toegenomen in aantal en broedt tegenwoordig ook in Nederland. Trage, diepe vleugelslag, maar schroeft vaak in voorjaar, zomer en herfst op thermiek. Te herkennen aan: bijzonder grote roofvogel met brede, gevingerde vleugels, ver uitstekende kop en korte, wigvormige witte staart, lichte kop en gele snavel. Broedparen: 11 (2018), waarvan 9 succesvol. Overwinteraars/doortrekkers: 32-41 (2009-2014).

 

Bron vogelbeschrijvingen: vogelbescherming.nl