PostNL Uitgifte: Beleef de natuur – Dwingelderveld

PostNL Uitgifte: Beleef de natuur – Dwingelderveld

Postzegelnieuws

Beleef de natuur – Dwingelderveld

PostNL
Marketing
4 januari 2021
SAMENVATTING

Uitgifte: Beleef de natuur – Dwingelderveld
Uitgiftedatum: 4 januari 2021
Verschijningsvorm: vel van 10 postzegels in 10 verschillende ontwerpen
Artikelnummer: 410161
Ontwerp: Frank Janse, Gouda
Fotografie: Buiten-Beeld, Natuurmonumenten

UITGIFTE

VERKOOP/
GELDIGHEID Op 4 januari 2021 geeft PostNL Beleef de natuur – Dwingelderveld uit, een vel met 10 postzegels in 10 verschillende ontwerpen. Op de postzegels staat de waardeaanduiding 1 voor post tot en met 20 gram met een bestemming binnen Nederland. Het postzegelvel maakt deel uit van de meerjarige serie Beleef de natuur 2021-2023. In de serie geeft PostNL dit jaar 4 postzegelvellen uit met in totaal 40 postzegels. Op de postzegels komen afbeeldingen voor van planten en dieren in bijzondere Nederlandse natuurgebieden.

Deze 1e uitgifte besteedt aandacht aan het heidelandschap van het Dwingelderveld in de provincie Drenthe. Later dit jaar volgen postzegels over het moeraslandschap bij de stad Groningen (22 februari, De Onlanden), het duingebied van de provincie Noord-Holland (14 juni, Duin en Kruidberg) en het park bij de stad van de provincie Utrecht (16 augustus, landgoed Haarzuilens).

Het Nationaal Park Dwingelderveld is het grootste natte heidegebied van West-Europa. In dit beschermde natuurgebied (Natura 2000) komen allerlei zeldzame planten en dieren voor. Het Dwingelderveld werd in september 2020 door de Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG) verkozen tot het ‘Stilste gebied van Nederland’. In geologisch opzicht is het Dwingelderveld bijzonder vanwege de keileemlaag. Deze laag is ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd, 150.000 jaar geleden. Juist de keileemlaag voorkomt dat (regen)water direct in de bodem wegzakt. Mede daardoor zijn bijzondere omstandigheden ontstaan waardoor zeldzame en bedreigde flora en fauna zich in dit gebied kunnen vestigen en handhaven. Een van die omstandigheden is de aanwezigheid van een eigen watersysteem in het gebied. Bovendien bleef menselijk ingrijpen in het gebied beperkt, waardoor het voedselarme en vochtige karakter is behouden. Op de uitgestrekte vochtige heide van het Dwingelderveld wisselen natte slenken en droge zandruggen elkaar af. Daardoor is er veel variatie in plantengroei en dierenleven. In de natste delen groeien dopheide, veenpluis en klokjesgentiaan, op de droge stukken staan struikheide en muizenoor.

Bron: nationaalpark-dwingelderveld.nl

Op de postzegels Beleef de natuur – Dwingelderveld zijn de volgende bewoners van dit natuurgebied afgebeeld: Drents heideschaap, zandhagedis, bijenwolf, grove den, ringslang, geelgors, hazelworm, kraanvogel, veenmos en ree. In een aparte grafische laag op het postzegelvel zijn transparante afbeeldingen verwerkt van een torenvalk met gespreide vleugels, de naalden van een grove den, een kruipende mestkever, het profiel van de kop van een Drents heideschaap en een kale zomereik.

Het postzegelvel Beleef de natuur – Dwingelderveld is een ontwerp van grafisch ontwerper Frank Janse uit Gouda. Op het vel kregen de 10 planten en dieren, die in hun natuurlijke omgeving zijn geportretteerd, ieder hun eigen postzegel. In sommige gevallen loopt de afbeelding of de achtergrondkleur door op de aangrenzende postzegel en op de velrand. Vanwege het landschappelijke karakter van de foto’s is bij deze nieuwe uitgifte een liggend postzegelformaat gekozen. In voorgaande jaren was het formaat bij Beleef de natuur altijd staand. Alle foto’s zijn opgenomen in een grafische laag van elkaar overlappende cirkels van verschillende grootte, die de grenzen van de perforaties doorbreken. Het cirkelpatroon keert terug als kleine druppeltjes op de velrand en de tabs. Over de cirkels heen ligt nog een grafische laag. Deze bestaat uit transparante beelden van een roofvogel, een kever, een boom, naalden van een naaldboom en een schapenkop. De monochrome beelden zijn bijna abstract weergegeven en verbinden de postzegels met elkaar.

Voor de typografie is een eigen lettertype gebruikt dat Janse speciaal voor de serie Beleef de natuur ontwierp. De letter, opgebouwd uit minieme cirkeltjes, kreeg de naam Fdot. De toelichtende teksten op de velrand zijn gezet in de TT Milks Light en Demibold in kapitalen (2017, Ivan Gladkikh voor Typetype). In deze bijschriften verwoordt de ontwerper creatief en met humor zijn associaties met de namen, eigenschappen en verschijningsvorm van de afgebeelde planten en dieren.

De serie Beleef de natuur voor 2021 is, net als de eerdere uitgiften, ontworpen door grafisch ontwerper Frank Janse uit Gouda. Stonden in de periode 2018-2020 altijd bepaalde dier- of plantensoorten centraal, in 2021 is de hoofdrol weggelegd voor de flora en fauna van bijzondere Nederlandse natuurgebieden. Bij de 1e uitgifte van 2021 is dat het heidelandschap van het Nationaal Park Dwingelderveld, in de provincie Drenthe.

Strenge criteria
Bij de selectie van de natuurgebieden werkte Janse samen met natuurbeschermingsorganisatie Natuurmonumenten. “In deze meerjarige serie laten we uit iedere provincie een bijzonder landschap zien, zoals bij deze uitgifte het heidelandschap van het Dwingelderveld in Drenthe. We hanteerden bij de keuze verschillende criteria. Zo keken we eerst goed of een gebied over voldoende interessante flora en fauna beschikt. Met genoeg diversiteit, van planten, bomen en zoogdieren tot insecten, reptielen en amfibieën. Ook belangrijk: er moest wel een boeiend verhaal aan verbonden zijn. Een volgende voorwaarde was of we uit voldoende mooie beelden konden kiezen. Van Buiten-Beeld of van Natuurmonumenten zelf. Tijdens die intensieve zoektocht is mij opnieuw duidelijk geworden hoe ongelooflijk mooi de natuur in Nederland toch is. Dat laten ook deze postzegels over Drenthe weer zien.”

Authentieke provincie
Met de uitgifte over het Dwingelderveld maakte Janse een uitstapje naar zijn jeugd, toen hij met zijn ouders in Drenthe een zomervakantie doorbracht. “Het is een heel interessant gebied. Vroeger erg arm, met de grond kon je niet veel. Behalve veen afgraven en schapen houden, want die gedijen goed in heidegebied. De schapenhouderij is ook van invloed geweest op het landschap. Sommige boerderijen liggen bijvoorbeeld hoger dan de omgeving omdat ze letterlijk op schapenstront zijn gebouwd. De Drentse natuur is vaak ongemoeid gelaten en dat blijkt achteraf een voordeel te zijn. Je vindt er meer verbondenheid met het verleden. Het is authentieker, er heerst meer rust en het lijkt soms of de tijd heeft stilgestaan. Ik zie mijzelf nog als kind bij een hunebed spelen, net doen of ik een hunebedbouwer was die daar offers bracht.”

Kandidatenlijst
Voor het postzegelvel Beleef de natuur – Dwingelderveld stelde Janse een kandidatenlijst met dieren en planten op, waarvan er uiteindelijk 10 overbleven. “Dat is tegelijkertijd voor alle landschappen in de serie Beleef de natuur gebeurd. Zo wist ik zeker dat ik een mooie spreiding kon laten zien. Veel planten en dieren komen immers in meer natuurgebieden voor en ik wilde geen herhaling. Uiteraard zijn er ook planten en dieren die heel kenmerkend voor een gebied zijn. Voor het Dwingelderveld is dat natuurlijk het Drents heideschaap, maar ook het veenmos en de grove den zijn karakteristiek voor dit natuurgebied. Een heideplant zul je niet op de postzegel zelf aantreffen – dat vind ik te stereotiep – maar natuurlijk zie je ze wel in de achtergrond. Zoals op de foto van de Drentse heideschapen.”

Seizoen
Het winterse karakter van Beleef de natuur – Dwingelderveld is duidelijk te zien aan de koude kleurstelling van de gekozen foto’s, vooral ijzig blauw en hardgeel. Janse: “Aan die kleuren hoefde ik niets te wijzigen, die zaten al in de oorspronkelijke beelden. De foto’s zijn in Drenthe genomen, een aantal op het Dwingelderveld zelf. Alle foto’s zijn in de winter gemaakt of ze zouden dat kunnen zijn. Aan de grove den zie je dat het winterlicht al door takken schijnt en ook de ringslang is allesbehalve op een zomerse dag aan het zonnen. De schapen staan in een winters landschap en de transparante zomereik is al zijn bladeren kwijt.”

Gebalanceerd totaalbeeld
Bij de verdeling van de planten en dieren over het postzegelvel streefde Janse vooral naar een zo mooi en gebalanceerd mogelijk totaalbeeld. “In eerste instantie maak ik een inhoudelijke spreiding. Ik wil niet dat dezelfde soorten op een kluitje staan. Maar dat pas ik toch in de praktijk weer aan. Want de compositie is altijd sturend, onder meer met een evenwichtige verdeling van kleuren en van opnames dichtbij en ver weg. Ook houd ik rekening met de blik van de dieren. Zo kijken de schapen en het ree ons recht aan met de koppen naar ons toe. De geelgors en de ringslang kijken ook recht naar voren. Maar omdat hun ogen aan de zijkant zitten, wijst hun kop een andere kant op. De hagedissen blikken naar links, de bijenwolf en de kraanvogels daaronder naar rechts. Met die wisseling komt er meer beweging in het samengestelde beeld. Ook zijn waar mogelijk de postzegels met elkaar verbonden door kleuren te laten doorlopen. Maar ook het takje waarop de bijenwolf zit keert terug op de postzegel ernaast. Hetzelfde geldt voor het winterse landschap van de schapen.”

Drents heideschaap, geelgors en hazelworm
Bij het passen en meten van de foto’s op het postzegelvel controleert Janse voortdurend de zeggingskracht van de beelden, zowel op het totale vel als op de individuele postzegels. Dat begon al op de 1e postzegel van het vel, linksboven, waar Janse de Drentse heideschapen heeft neergezet. “Een logische plek omdat dit beest de naam van de provincie in zich draagt. Het is een vrij oud schapenras, het oudste van West-Europa, en dat past ook weer goed bij de onveranderlijkheid van Drenthe. Het heideschaap staat dicht bij de natuur, is nog als halfwild te beschouwen doordat het zichzelf in leven kan houden. Dit intens winterse beeld is mooi om mee te openen. Op de postzegel ernaast zit op een takje de geelgors, een prachtig vogeltje. Typisch voor het oosten van ons land, zeker in Drenthe. En, heel bijzonder, zijn zang lijkt precies op de eerste maten van Beethovens 5e symfonie. Onder de geelgors staat de hazelworm. Die lijkt op een slang, maar is het niet. Het is een hagedis zonder poten, goed te herkennen aan zijn paarlemoeren glans die op deze foto mooi zichtbaar is. De transparante mestkever, die deels ook op de postzegel van de hazelworm staat, past er goed bij.”

Kraanvogel en veenmos
Het Dwingelderveld is een belangrijke plek waar de kraanvogel kan foerageren tijdens de trektocht van Scandinavië naar Spanje of Noord-Afrika. “Op de foto zie je een paartje dat even tot rust komt. Het is een forse vogel. Even groot als een ooievaar, maar wel steviger. Ze zijn gemakkelijk te herkennen aan de rode vlek op hun kop. Onder de postzegels van de kraanvogels en de bijenwolf zie je de2 vertegenwoordigers van het plantenrijk op dit velletje. Eerst de grove den, een boom met rechte stam die vaak werd aangeplant om mijnhout van te maken. Het is een heel kenmerkende boom voor het Dwingelderveld. Dat geldt ook voor het fraaie veenmos ernaast. Het is een opvallend plantje dat tegenwoordig vaak in bloemstukken wordt toegepast. Maar vroeger werd het ook in houtbouw gebruikt om kieren te stoppen. Het is een echte vochtvreter. De gekozen foto zoomt sterk in, waardoor het lijkt alsof je naar een minilandschap kijkt.”

Over de ontwerper
Frank Janse (1967) studeerde in 2001 af als grafisch ontwerper aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Tot 2019 werkte hij voor verschillende reclame- en ontwerpbureaus, waaronder Room for ID’s, en voor zichzelf als Frank Grafisch Ontwerp in Gouda. In 2019 richtte hij samen met Leene Communicatie het nieuwe bedrijf Leene Visuele Communicatie op, voor de vormgeving van communicatiemiddelen met het accent op content en information design. Frank Janse is specialist in huisstijlen, branding, infographics en communicatiecampagnes. Leene Visuele Communicatie werkt onder meer voor uiteenlopende onderwijsinstellingen en voor opdrachtgevers in profit en non-profit. Daartoe behoren klanten zoals vastgoedspecialist Fortierra, PostNL, de Rijksoverheid de gemeente Rotterdam, Vattenfall en de organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie ZonMw. In opdracht van PostNL ontwierp Frank Janse eerder verschillende luxe bewaarsystemen en persoonlijke postzegels, waaronder de themacollectie 2017 over vogelsoorten die in Nederland voorkomen. Ook maakte hij de ontwerpen voor de series Beleef de natuur in 2018, 2019 en 2020.

De postzegels zijn, zolang de voorraad strekt, verkrijgbaar bij alle verkooppunten van PostNL, het postkantoor in de Bruna-winkels en via www.postnl.nl/bijzondere-postzegels. De postzegels zijn ook telefonisch te bestellen bij de klantenservice van Collect Club op telefoonnummer 088  868 99 00. De geldigheidstermijn is onbepaald.

WAARDE
Op deze postzegels staat waardeaanduiding 1, bedoeld voor post tot en met 20 gram met een bestemming binnen Nederland.

BRONNEN
Postzegelformaat40 x 30 mm
Velformaat122 x 170 mm
Papiernormaal met fosforopdruk
Gommingzelfklevend
Druktechniekoffset
Drukkleurencyaan, magenta, geel en zwart
Oplage285.000 vellen
Verschijningsvormvel van 10 postzegels in 10 verschillende ontwerpen
OntwerpFrank Janse, Gouda
FotografieBuiten-Beeld, Natuurmonumenten
DrukkerijKoninklijke Joh. Enschedé B.V., Haarlem
Artikelnummer410161

© 2021 Koninklijke PostNL BV

Drents heideschaap (Ovis aries)
Het Drents heideschaap is het oudste schapenras van het vasteland van West-Europa. Deze schapen zijn in staat op schrale heidegronden te leven, in tegenstelling tot andere schapensoorten. In vorige eeuwen hebben heideschapen een belangrijke bijdrage geleverd aan de verbetering van de landbouwgronden. Overdag zwierf de kudde onder leiding van de herder en zijn honden over de hei. ‘s Nachts werden de schapen in de schaapskooi opgesloten. De in de kooi verzamelde mest werd vermengd met heideplaggen en hiermee werden de akkers bemest. Zonder schapenmest was akkerbouw in die tijd praktisch onmogelijk. Door de komst van kunstmest zijn de Drentse heideschapen van het oude type grotendeels verdwenen. Op de schralere heidegronden werd steeds vaker een Schoonebeeker ram ingezet. Zo ontstond een tussenras: het Drents heideschaap van het nieuwe type. Dit schaap heeft de kromme neus van de Schoonebeeker en vaak ook de kleuraftekening in de wol. De horens van de rammen hebben een nauwere spiraal en groeien dichter langs de wangen. Een groot deel van de huidige Drentse heideschapen zijn van het nieuwe type.

Zandhagedis (Lacerta agilis)
De zandhagedis is een robuuste, tot 21 cm lange hagedis met een zwaargebouwde kop. De mannetjes vallen in het voorjaar en de zomer op door de groene kleur op hun flanken. De zandhagedis lijkt op de levendbarende hagedis, maar er zijn verschillen. Bij de zandhagedis zijn de schubben midden op de rug smaller en duidelijker gekield dan de schubben aan weerszijde daarvan, terwijl bij de levendbarende hagedis alle rugschubben ongeveer even breed zijn. Beide soorten hebben een getande halskraag. De jongen van de zandhagedis hebben een zandkleurige staart, terwijl die van de jonge levendbarende hagedissen zeer donkerbruin, nagenoeg zwart is. In Nederland is de zandhagedis sterk gebonden aan duin- en heidegebieden. In het binnenland en in de kalkarme duinen wordt hij vooral aangetroffen in droge struikheideterreinen. In de kalkrijke duinen komen de meeste zandhagedissen voor in het open struweelduin. Zandhagedissen eten vrijwel uitsluitend geleedpotige dieren.

Bijenwolf (Philanthus triangulum)
De bijenwolf is een 8-17 mm lange graafwesp met een opvallend grote kop. Het achterlijf is vooral geel met zwarte, naar achter driehoekig verbrede dwarsbanden. Ook de voorzijde van de kop is geel, met daaronder een gele tekening in de vorm van een kroontje met 2-3 spitse figuren. De bijenwolf komt voor op open, zandige of lemige plekken, graag in zonnige steilwanden, maar nestelt ook onder plaveisel in stedelijke gebieden. De bijenwolf jaagt bijna uitsluitend op honingbijen die door een bliksemsnelle aanval tijdens het bloembezoek worden gevangen en met de gifangel worden verlamd. Bijenwolven gebruiken de bijen ook om zich te voeden door met het eind van hun achterlijf de honingmaag van de bij plat te drukken zodat er nectar uit de mond van de bij komt dat wordt opgelikt. Daarna draait de bijenwolf de prooi op de rug en transporteert de bij door de lucht naar het nest. Het achterste deel van het nest vertakt zich meestal in 5 tot 10 broedcellen ter grootte van een duivenei. De bijenwolf doet aan massabevoorrading en voert de larve niet bij tijdens de ontwikkeling.

Grove den (Pinus sylvestris)
De grove den is een naaldboom uit de dennenfamilie, die van nature in het noordwestelijk deel van Europa voorkomt sinds de laatste ijstijd. Hij komt voor in onze naaldbossen en is sinds de 19e eeuw ook veel aangeplant voor de houtwinning, met name voor mijnhout. Van nature is de grove den alleen te vinden aan de rand van zandverstuivingen waar de grondwaterspiegel redelijk dicht aan de oppervlakte komen kan. Aanvankelijk groeit de boom, zeker in bosverband, in verticale richting. Naarmate de kroon hoger komt, stoot de boom van onder af zijtakken af. Daardoor blijft een min of meer rechte stam, een mast, over. Als de boom vrijstaat, wordt de groei nogal beïnvloed door de wind en kan de vorm ontstaan die we wel aanduiden als vliegden. Grove dennen met trompetvormige stammen zijn het gevolg van aantasting door insectenlarven. Een grove den is te herkennen aan de 2 naalden die bij elkaar op een uitstulping van een twijg staan. Die naalden zijn rond de 5 cm lang.

Ringslang (Natrix natrix)
De ringslang is een watergebonden slang met ronde pupillen, gekielde schubben en 2 duidelijke gele en zwarte vlekken achter de kop. Het is de grootste slang in Nederland en kan 1,20 m lang worden. Hij is niet giftig en bijt zelfs niet als hij gevangen wordt. Om aan belagers te ontkomen, kan de ringslang zich schijndood houden. Hierbij draait hij zich in kronkels op zijn rug, laat zijn bek schuin open hangen met de tong eruit en draait zijn pupillen weg. Ook smeert de slang zijn belager onder met een extreem stinkende substantie uit zijn cloaca. De ringslang is gebonden aan waterrijke habitats. Deze liggen veelal op zandgronden en op de overgangen van zandgrond naar veen- en kleigronden. Ringslangen zonnen vaak op dijkjes in de buurt van water, waar ze jagen op voornamelijk amfibieën en soms andere gewervelde dieren waaronder vissen.

Geelgors (Emberiza citrinella)
De geelgors is een stand- en zwerfvogel van diverse halfopen landschappen, zoals lichtbeboste heide, bosranden en agrarisch gebied met heggen, houtwallen en grazige wegbermen. Geelgorzen worden vrijwel uitsluitend aangetroffen in het oosten van het land. Meer recent neemt de geelgors toe, met name in Drenthe. De Nederlandse broedvogels blijven hoofdzakelijk in eigen land en vormen wintergroepen op voedselrijke plekken. Het mannetje is duidelijk te herkennen aan de grotendeels gele kop en geel op onderdelen. Het vrouwtje en de jonge vogels zijn minder duidelijk te herkennen, maar het vrouwtje heeft vaak nog veel (licht)geel. In alle kleden hebben de vogels een opvallende roodbruine stuit en witte buitenste staartpennen. Ze eten grotendeels zaden, waarbij tarwe en haver de voorkeur krijgen boven gerst, maar ook zaden van bomen.

Hazelworm (Anguis fragilis)
De hazelworm is een pootloze hagedis van maximaal 40 cm lang. Vaak wordt hij ten onrechte voor een slang aangezien. Hazelwormen leiden een verborgen leven. Het grootste deel van de dag verblijven ze onder de vegetatie en dood hout of in holen in de grond. De hazelworm heeft een voorkeur voor enigszins vochtige, met dichte vegetatie bedekte gebieden. De soort komt voor in open bossen, bosranden, heide, houtwallen, struwelen, spoor- en wegbermen, kalkgraslanden, vestingwerken, steenhopen en tuinen. In mei bestaat de grootste kans ze zonnend aan te treffen. Hazelwormen vervellen 3 tot 4 maal per jaar, waarbij ze de huid van voren naar achteren op kleine hoopjes samendrukken en dan afstropen. De afgeworpen huid van een hazelworm kan onder andere worden herkend aan de parelmoerglans. Het voedsel bestaat vooral uit regenwormen en naaktslakken. Ook geleedpotigen zoals spinnen worden gegeten. Hazelwormen kunnen een hoge leeftijd bereiken van soms wel 15 jaar.

Kraanvogel (Grus grus)
De kraanvogel broedt sinds 2001 in het Fochteloërveen en maakte daarmee zijn comeback in Nederland als broedvogel, na eeuwen van afwezigheid. De vestiging in Nederland valt samen met een sterke groei van de Duitse broedpopulatie. De kraanvogels die in Nederland doortrekken, broeden in Scandinavië en overwinteren in Zuid-Spanje en noordelijk Afrika. Ze pleisteren in enkele gebieden in Nederland zoals de Peel, het Dwingelderveld en het Leersumse veld. Hun trompetterende roep is onmiskenbaar. Hun kleur is voor het grootste deel blauwgrijs, maar de rug in broedtijd is meestal roestbruin. De verlengde en volumineuze binnenste armpennen geven kraanvogels bijna een struisvogelachtige staart. De kop en hals zijn opvallend getekend met een zwarte voorhals en kin en een witte achterhals en achterhoofd. De naakte huid boven op de kop is rood van kleur. Kraanvogels hebben tamelijke vaste verblijfplaatsen en trekroutes, zowel in het voor- als najaar. Ze trekken in lange slierten, V’s of in rommelige groepen. Regelmatig maken ze ook gebruik van thermiek. Ze roepen veel, vooral bij landen en opstijgen.

Veenmos (Sphagnum)
Veenmos is een sporenplant. De onderkant van de plant sterft steeds af, terwijl de bovenkant blijft doorgroeien. Hierdoor ontstaat na verloop van tijd een dikke laag dood plantmateriaal dat veen wordt genoemd. Veenmos groeit in dikke kussens, bij voorkeur in natte gebieden. Daar vormt het laagveen. Een veenkussen werkt echter als een spons die regenwater vasthoudt. Veenmos kan daardoor ook boven de grondwaterspiegel groeien. Het wordt dan hoogveen genoemd. Vanaf het Vroeg-Holoceen zijn zo in Nederland zeer uitgestrekte laag- en hoogveengebieden ontstaan. Tegenwoordig is daar door afgravingen weinig van over. Na de ontginning zijn alleen het Bargerveen en het Fochteloërveen als grote veengebieden overgebleven. Veenmossen domineren deze hoogveenreservaten. Ook in kleine veentjes zoals die in het Dwingelderveld komen veel bijzondere veenmossen voor.

Ree (Capreolus capreolus)
Het ree is wat grootte betreft te vergelijken met een grote herdershond. Het ree komt voor in bijna geheel Europa en is het enige hoefdier met kiemrust. Dit wil zeggen dat de ongeboren vrucht zich pas later ontwikkelt waardoor de draagtijd verlengd is. Een mannetjesree heet bok, een vrouwtje geit, een jong een reekalf en een groep een sprong. Het ree heeft een zandgele tot roodbruine vacht in de zomer die in de herfst langer wordt en verkleurt tot grijsbruin. De keel is lichter van kleur en het achterwerk is witgeel, wat in de winter het duidelijkst zichtbaar is. Deze vlek wordt spiegel genoemd en door het ontbreken van een staart bij reeën is deze zeer opvallend. Kalveren hebben donkere en lichte vlekken op hun vacht. De neus is zwart en de kin wit. Reeën hebben grote donkere ogen en grote oren. De poten zijn slank. Een volwassen mannetje heeft een gewei, met 3 tot 6 vertakkingen.

nationaalpark-dwingelderveld.nl, drentsheideschaap.nl, ravon.nl, soortenbank.nl, floravannederland.nl, geologievannederland.nl, geheugenvandrenthe.nl, nederlandsesoorten.nl, zoogdiervereniging.nl